Het is niet gemakkelijk achthonderd jaar geschiedenis van de Ridders van het Heilig Graf samen te vatten en de legende van de werkelijke feiten te onderscheiden.
Tevens moet worden gezegd dat de Orde een Commissie heeft aangesteld om haar oorsprong te bestuderen. Haar conclusies zullen, zonder twijfel, toelaten hetgeen volgt nauwkeuriger te omschrijven.

     Het Keizerrijk der Seldjoeken veroverde Palestina in 1071 en verbood de toegang tot de Heilige Plaatsen aan de Pelgrims. Paus Urbanus II reageerde in november 1095 met een oproep gericht tot het Christendom om op kruistocht te vertrekken ten einde het Graf van Christus te bevrijden, met de strijdkreet "DEUS LO VULT".
     Deze oproep kreeg een aanzienlijke weerklank. Pieter de Kluizenaar, wiens graf bewaard is in Hoei, begeesterde de menigten die zich met geestdrift op de wegen naar Constantinopel begaven.
Deze eerste geïmproviseerde kruistocht kende een tragisch einde. Een tweede kruistocht, aangevoerd door Godfried van Bouillon, bevrijdde Jeruzalem op 15 juli 1099. Deze zeer belangrijke datum was het begin van de lange geschiedenis van de aanwezigheid van de latijnse christenen in Palestina en van de Ridders van het Heilig Graf. Deze geschiedenis zal door de eeuwen heen drie opeenvolgende tijdperken kennen.
- 1. een eerste periode - die van het Latijns Koninkrijk van Jeruzalem - eindigde met de val van Akko in 1291 en het definitief vertrek van de Kruisvaarders.
- 2. een tweede periode ging van 1291 tot 1847: de Heilige Stoel werd toen in het Heilig Land vertegenwoordigd door de Custodie van de Franciscanen van de Berg Sion.
- 3. tenslotte de hedendaagse periode die in 1847 begon met de terugkeer in Palestina van het Latijns Patriarchaat van Jeruzalem.

I. Het Latijns Koninkrijk van Jeruzalem (1099 - 1291)

     Zodra Jeruzalem veroverd was, werd het Latijns Patriarchaat van Jeruzalem opgericht door het Pausdom om zijn inplanting in Palestina te organiseren.
           Godfried van Bouillon vertrouwde aan een twintigtal kanunniken de dienst, het onderhoud en de bewaking van het Heilig Graf toe. Eerst wereldlijke priesters, werden deze Kanunniken in 1114 door de Patriarch van Jeruzalem, Arnould de Choques, onderworpen aan het gemeenschap leven en aan de drie geloften van het kloosterleven volgens de regel van de Heilige Augustinus.
     Zo ontstond de Orde van de Kanunniken van het Heilig Graf.
     Burgers en militairen hielpen deze twee kerkelijke instellingen in het onderhoud en de verdediging van de Heilige Plaatsen, alsmede om de veiligheid en gezondheid van de pelgrims te verzekeren.
     Deze leken zijn onbetwistbaar de voorlopers van onze Orde, maar deze Ridders, ten dienste van het Heilig Graf, werden nooit verenigd in een korps, waarvan onze huidige Orde formeel de voortzetting zou kunnen zijn.

     Onze Orde kan niettemin beroep doen op de gewoonte, die sinds het begin van het Latijns Koninkrijk van Jeruzalem bestond, om belangrijke persoonlijkheden die op bedevaart waren gekomen tot Ridder te slaan vóór het Graf van Christus, . Men heeft moeten wachten tot 1336 om een bewijsstuk te vinden dat dit vaststelde. (Ridderslag van een zeker Wilhelm von Boldensel.)

     Het is een feit, door de context en de traditie bewezen, dat dit de praktijk was vanaf de bezetting van Jeruzalem. Het voorrecht om Ridders te slaan, eerst toegezegd aan een officiele Ridder, nadien aan de Franciscaanse Custodie, heeft zich zonder oponthoud voortgezet door de eeuwen heen tot op heden.
Na de val van Akko in 1291 en het einde van de Patriarchaat, trok de Orde van de Kanunniken van het Heilig Graf zich terug in Italië, Polen en Spanje, waar zij belangrijke vestigingen hadden die door de eeuwen heen een verschillend lot kenden.

     Een bijzonder feit van de ingewikkelde geschiedenis van deze Orde in Europa verdient de aandacht van de Landscommanderij van België. De vrouwelijke tak van de Kanunniken van het Heilig Graf hebben nog steeds, in onze regio's, zeer aktieve en gewaardeerde kloosters in Turnhout, Bilzen, Male, alsmede in Nederland (Maarssen).

II. De Franciscaanse Custodie (1291-1847).

     Na het vertrek van de Kruisvaarders en het einde van het Patriarchaat, gaf Paus Clemens VI, in 1312 de Franciscaanse Custodie van de Berg van Sion de opdracht hem te vertegenwoordigen in het Heilig Land. Deze Religieuzen werden pas in 1333 officieel erkend door de Turken, nadat de Koning van Napels aan de Sultan een bedrag van 32.000 gouden dukaten had overgemaakt. Gevolg ervan was dat de Franciscanen in Palestina mochten verblijven en dat hen de bewaking van de Heilige Plaatsen werd toevertrouwd .
     Het voorrecht van Ridders te slaan bij het Graf van Christus, destijds voorrecht van de Kanunniken, werd overgedragen aan de Bewaker van de Custodie, die de titel droeg van Bisschop en die, alleen, tot 1847 de vertegenwoordiger was van het Vaticaan, en dit in zeer moeilijke omstandigheden.

     De riddersporen ontvangen vóór het Graf van Christus was een bijzonder voorrecht dat een buitengewone vroomheid bekroonde. Albrecht de Rechtvaardige van Hohenzollern beschouwde zijn investituur in Jeruzalem als "een bekroning van zijn rang als ridder" (ca 1340).Talrijke pelgrims werden door de eeuwen heen in Jeruzalem tot ridders van het Heilig Graf geslagen en onder hen aanzienlijke persoonlijkheden zoals Hertog Frederik van Oostenrijk, toekomstige Keizer Frederik III (1436).
     Verschillende geschriften werden als bewijsstukken bewaard van individuele riddersslagen in Jeruzalem door de eeuwen heen. In 1806 beschreef Chateaubriand zijn eigen investituur in de Basiliek van het Heilig Graf in zijn boek "Mémoires d'Outre-Tombe".

     Dit bewijst dat de Orde van het Heilig Graf in de lijn ligt van een traditie van acht eeuwen, tijdens dewelke talrijke ridders zonder oponthoud vóór het Heilig Graf werden geïnvesteerd. Al deze belangrijke persoonlijkheden tot ridder geslagen, bleven alleenstaanden en behoren, ten persoonlijke titel, tot de grote traditie van de militaire en spirituele Ridderschap die haar meest adellijke en eerbiedigste versie vindt in deze zeer speciale toetreding vóór het Graf van Christus.

     Twee belangrijke pogingen werden nochtans ondernomen om deze Ridders te hergroeperen in een militaire Orde, erkend door de Heilige Stoel. De eerste had plaats in Hoogstraten (1558), in details beschreven in het gedeelte gewijd aan de Landscommanderij van België, en de tweede in Frankrijk door de Hertog van Nevers in 1615. Beide mislukten wegens politieke druk op het Vaticaan en op Lodewijk XIII Koning van Frankrijk.

III. Het herstel van het Latijns Patriarchaat (1847).

     1847 was een belangrijk jaar. Een Concordaat werd getekend tussen het Vaticaan en de Verheven Poort. Hierbij kreeg Paus Pius IX het recht om het Latijns Patriarchaat in Jeruzalem weer in leven te roepen.
     Na vijf eeuwen afwezigheid nam het Vaticaan belangrijke maatregelen om zijn vertegenwoordiging en zijn actie in Palestina te organiseren. Verschillende ervan waren bestemd voor onze Orde.

 

Het graf is leeg...het is een stilzwijgend getuigenis van het centrale gebeurtenis van de geschiedenis der mensheid: de verrijzenis van de Heer Jezus Christus.
Sedert bijna tweeduizend jaar grtuigt het lege graf voor de overwinning van het leven op de dood.

De Ridders van het lege graf
Met de apostelen en de evangelisten, met de Kerk aller tijden en van overal, getuigen wij ook en verklaren: "Christus verrezen uit de dood zal niet meer sterven; de dood heeft geen macht meer over Hem" (zie Rom 6, 9)
(Woorden in 2000 door Johannes Paulus II uitgesproken in de Basiliek van het Heilig Graf)

 

     Door de Pauselijke Brief "Nulla Celebrior" van 23 juli 1847 plaatste de Paus de Franciscaanse Custodie onder het gezag van de nieuwe Latijnse Patriarch en in december van het zelfde jaar werd aan deze laatste het recht tot investituur van de Ridders overgedragen.
     Gelijktijdig hergroepeerde de Paus de Ridders van het Heilig Graf in een gestructureerde Orde ten dienste van het Patriarchaat om dit in zijn taak te helpen in het Heilig Land.
     Dezelfde functies als deze door hun voorgangers van de XIIe eeuw, de Kanunniken van het Heilig Graf, werden aan de Ridders van de XIXe eeuw toegewezen door het Patriarchaat.
     Na een woelige geschiedenis werden uiteindelijk zodoende de hedendaagse Ridders herenigd in een gestelde Korps, rechtstreeks geplaatst onder het gezag van de Heilige Stoel en voorzien van een juridische en canonieke rechtspersoonlijkheid.

     Bij zijn aankomst te Jeruzalem werd de nieuwe Patriarch, Mgr. Valerga, tot Ridder van het Heilig Graf geslagen, en de Bewaker van de Franciscaanse Custodie maakte hem zijn gezag over.(15 januari 1848).
Tot Grootmeester benoemd, begon Mgr. Valerga metde reorganisatie van de Orde, welke een nieuwe Constitutie kreeg op 24 januari 1868. Na verschillende wijzigingen werden de statuten voor het laatst herzien en goedgekeurd door de Heilige Vader op 8 juli 1977. Zij gaven aan de Orde de structuur die wij vandaag kennen.

IV. De Ridders van het Heilig Graf
in Duitsland, Frankrijk, Italië en Spanje.

     Deze beknopte beschrijving zou niet volledig zijn als zij niet zou vermelden dat de Ridders van het Heilig Graf van de hierboven vermelde landen, een rijke geschiedenis hebben gehad . Spijtig genoeg is het ons onmogelijk om in deze korte samenvatting de nodige plaats te verlenen aan die Landscommanderijen.

V. De Orde van het Heilig Graf vandaag.

1. Statuten en objectieven

     De Ridderorde van het Heilig Graf van Jeruzalem is een lekeninstelling van Ridders en Dames, evenwel open voor geestelijken. Zij is rechtstreeks onder het persoonlijk gezag van de Paus geplatst.
Vrijgesteld van de dubbele vereiste "deel uitmaken van de adel en van de verplichting om in Jeruzalem de investituur te ontvangen" is de Orde voortaan open voor katholieken zowel mannen als vrouwen, levende "more nobilium".( cfr. Inleiding Beschrijving )

     In tegenstelling met de "Orde van Malta" en de "Duitse Orde", waarvan bepaalde leden de drie geloften uitspreken, is de enige verplichting van de Ridders van het Heilig Graf zich te verbinden om het algemeen doel van de Orde te eerbiedigen, zoals vermeld in de "Inleiding", te weten:
- De praktijk van hun christelijk leven te versterken, in perfecte trouw aan de Paus;
- de liefdadigheidsinstellingen van de Kerk in het Heilig Land (Jordanië, Palestina en Israël) te ondersteunen; - de idealen van de Kruistochten te beleven in een moderne vorm. (cfr. Inleiding, Doelstellingen)

     Paus Pius XII verplaatste de zetel van de Orde van Jeruzalem naar het Vaticaan, in een Renaissance Paleis, gebouwd in 1490 door Kardinaal della Rovere, en versierd door muurschilderingen van Pinturicchio. (Pauselijke Brief van 14.09.1949)


Paleis della Rovere


Plafond van Pinturicchio

     In dit Paleis werd Karel VIII, Koning van Frankrijk, ontvangen tijdens zijn doortocht in Rome; het diende als residentie van kardinalen tot 1668. In dit jaarwerd het Paleis gekocht door de Rouwmoedigen van Sint Pieters die hun huis op het Vaticaan plein hadden moeten verlaten om Bernini toe te laten de zuilengalerij te bouwen. Het Paleis werd bewoond door deze religieuze Orde tot 1930. Nadien werd het Paleis van de vernieling gered en volledig gerestaureerd door bemiddeling van de Orde van het Heilig Graf die er de huidige eigenaar van is.
Door een "Motu Proprio" van Z. H. Paus Pius XII van 15.08.1945 werd de Kerk van St Onofrio (Janiculum) aangewezen als kapitelkerk van de Orde in Rome.


San Onofrio

2. Verwezenlijkingen

     De Orde neemt enerzijds een aantal initiatieven op geestelijk vlak in lijn met haar bekormenissen, zoals het in ere herstellen van het feest van Onze Lieve Vrouw van Palestina, eind oktober, en grote bedevaarten van de Orde ter gelegenheid van de heilige jaren van 1975, 1983 en 2000.
Anderzijds neemt de Orde, dankzij de jaarlijkse gaven van haar leden, de materiele behoeften van het Latijns Patriarchaat van Jeruzalem,voor haar rekening, zoals: het bouwen en het onderhoud van kerken, scholen en gebouwen bestemd voor sociale en caritatieve doelen (tehuizen voor wezen, armen en bejaarden), het uitbreiden van kleuterscholen, het basis- middelbaar- en technisch onderwijs, tellende in totaal meer dan 20.000 leerlingen; worden ook verstrekt omvangrijke bijstand op sociaal en caritatief vlak, op medisch en onderwijs vlak, alsmede op het gebied van de minst bedeelden. Dit alles gebeurt in een geest van oecumenisme en verdraagzaamheid.
     De behoeften van de directie van de Orde in Rome zijn gedekt door eigen inkomsten, zodat alle contributies van de Ridders en Dames van de hele wereld kunnen worden gewijd aan de behoeften van het Heilig Land.

3. Organisatie

     De Paus vertrouwt de verantwoordelijkheid van de Orde toe aan een Kardinaal die de titel van Grootmeester draagt. Deze beschikt over alle bevoegdheden met uitzondering van de wijziging van de statuten, voorrecht voorbehouden aan de Paus.


Z.H. Kardinaal John Patrick FOLEY


 


Het Grootmeesterschap is thans als volgt samengesteld:

DE GROOTMEESTER

Z.H. Em. Kardinaal John Patrick FOLEY

DE GROOTMEESTER EMERITUS

Z.H. Em. Kardinaal Carlo FURNO

LEDEN VAN HET GROOTMEESTERSCHAP

Groot-Prior

Z.B. Monseigneur Fouad TWAL,  Patriarch van Jeruzalem

Groot-Prior Emeritus

Z.B. Monseigneur Michel SABBAH

Assessor

Z.E . Monseigneur Giuseppe DE ANDREA, Aartsbisschop

Luitenant-Generaal

Z.E. Ridder met Ordeketen Graaf Peter WOLFF-METTERNICH zur GRACHT

Gouverneur-Generaal

Z.E. Ridder met Ordeketen Graaf Agostino BORROMEO

Vice-Gouverneur-Generaal

Z.E. Ridder Grootkruis Baron SIMONART

Z.E. Ridder Grootkruis Adolfo RINALDI

Z.E. Ridder Grootkruis Jean-Marc ALLARD

Kanselier

Ridder Monseigneur Hand BROUWERS

Ceremoniemeester

Commandeur Monseigneur Francis D.KELLY

 

Leden

Ridder Groot Kruis Dr Pierre BLANCHARD

Z.E. Ridder Groot Kruis Graaf Mario CANTUTI CASTELVETRI

Ridder Groot Kruis Graaf Prof. Giuseppe DALLA TORRE
del TEMPIO di SANGUINETTO

Ridder Groot Kruis Michael R. EARTHMAN

Ridder Groot Kruis Otto KASPAR

Ridder Groot Kruis Dennis J. LOONEY

Ridder Groot Kruis Bartholomew John McGETTRICK

Ridder Groot Kruis Sir John RALPH

Dame Groot Kruis Christa von SIEMENS

Ridder Groot Kruis Joseph E. SPINNATO

 

Ere-Gouverneur-Generaal

Z.E. Ridder met Ordeketen Dr Ing. Pier Luigi PAROLA

Ere-Vice-Gouverneur-Generaal

Z.E. Ridder Groot Kruis George T. RYAN

Ere-Leden

Ridder Groot Kruis Prof. Avv. Aldo Maria ARENA

Z.E. Ridder Groot Kruis Robert H. BENSON

Le Chevalier Grand-Croix Ambassadeur Philippe HUSSON

Ridder Groot Kruis Ambassadeur Philippe HUSSON

 

 

4. De Consulta

     Een "Consulta" is een vergadering te Rome van alle Landscommandeurs op uitnodiging van de Grootmeester. Zij heeft om de vier jaar plaats en duurt een kleine week. De laatste Consulta had plaats in oktober 1998. Zij had als doel het onderzoek van een ontwerp van richtlijnen voor een hernieuwing van de Orde bij de aanvang van het derde millennium.
     Deze richtlijnen hebben als doel de statuten aan te vullen. Diverse aspecten van de Orde werden aangehaald en in het bijzonder werd de nadruk gelegd op de geestelijke verplichtingen van zijn leden.

5. Landscommanderijen

     De Kardinaal Grootmeester geeft volmacht aan de Landscommandeur, door hemzelf benoemd, op advies van het Grootmeesterschap.
     De Landscommandeur is verantwoordelijk in zijn eigen regio voor de verwezenlijkingen van de grote doelstellingen van de Orde: plaatselijke uitstraling van de Orde, programma tot hulp voor de verdieping van het geloof bij de leden, organisatie van morele en materiële steun aan de christelijke gemeenschappen in het Heilig Land.

6. Uniform en decoraties

     De Ridders droegen destijds een uniform, heden slechts nog de kapmantel, wit voor de Ridders en zwart voor de Dames, met aan de linkerkant het kenteken van de Orde.
     Deze kapmantel wordt slechts gedragen tijdens religieuze ceremonieën samen met een muts voor de Ridders en een mantilla voor de Dames

             
               Uniform                            Dame                    Landscommandeur                           Ridders                    

     In 1906 werd door de Heilige Stoel een nieuwe decoratie ontworpen eigen aan de Orde. In rang volgt zij de Vaticaanse onderscheiding van Sint Sylvester.
     Deze onderscheiding omvat vijf rangen: Ridder, Commandeur, Grootofficier, Grootkruisridder, Ridder met Ordeketen.
     Deze laatste onderscheiding, de hoogste, mag niet meer dan twaalf titularissen hebben. Ze werd toegekend aan onze Koningen en Koninginnen; Leopold II, Albert I, Boudewijn en Fabiola, Albert II en Paola. Onze vorsten zijn traditiegetrouw leden van de Orde.

                     
Keten van Z. M. de Koning

     De leden van de Orde die een bedevaart naar het Heilig Land hebben gedaan, en daar hun geloften hernieuwd hebben vóór het Heilig Graf, dragen een schelp op hun kapmantel.

     Er bestaat ook een Orde van Verdienste van het Heilig Graf, bestemd voor buitenstaande personaliteiten, die buitengewone diensten hebben geleverd aan de Orde. De onderscheidingen daarvan zijn:
- Grootofficier, Kruis van Verdienste met Gouden Ster
- Kruis van Verdienste met Zilveren Ster.

Bibliographie

- Les Chevaliers du Saint-Sépulcre de Jérusalem, Jean Pierre de Gennes, Tome I, Paris, 1995, Herault.
- Les Chevaliers du Tombeau Vide, Pierre Goemaere, Editions Charles Dessart, Impression Desclée à Tournai, 1967
- Der Ritterorden von "HI. Grabe von den Kreuzzugen bis zur Gegenwart, Dr. V. Cramer.", 2° edi. Bachem, Cologne, 1983.
- Nederlandse Ridders van het Heilig Graf, J. C. M. Hattinga, Verschure e. a. Ed. Lunet, Naarden, 1990.
- Mémoire sur l'Ordre du Saint Sépulcre de Jérusalem, A. 0'Ke11y de Galway, Bruxelles, 1873, dans "Le Héraut d'Armes" t. III.
- Gens de chez nous dans les divers ordres de chevalerie sous l'Ancien Régime, F. Koller, Dison, l874.
- Libro de Oro de la Sagrada Orden Militar Jerosolimitana del Santo Sepulcro de N.S.Jesucristo, C. de Odriozola y Grimaud, Zaragossa, 1905-
- Diarium Terrae Sanctae, publié de 1908 à 1911, reproduit un manuscrit conservé à la Custodie Franciscaine, où se voit une liste des pèlerins de Terre Sainte de 1561 à 1848.
- Les voyages du seigneur deVilllamont , chevalier français de l'Ordre de Jérusalem, Gentilhomme ordinaire de la Chambre du Roy, etc, Lyon, Pierre Bemard, 1613.
- Histoire de l'Ordre Mlitaire du Saint Sepulchre de Jérusalem, Comte F. Pasini Frassoni, Rome, Collegio Araldica (circa 1910).
- Voyage d'oultremer en Jherusalem par le seigneur de Caumon en l'an MCCCCXVIII, Marquis de la Grange, Paris, 1858.
- The Equestrian Order Of The Holy Sepulcher of Jerusalem Guy Stair Sainty, http://www.chivalricorders.org
- Storia dei Cavalieri del Sancto Sepulcro, Giorgio Giacomini