DAG DER PRIESTERROEPINGEN IN ONS LAND
17 april 2005

Heer Jezus,
uw roepstem bekoort mij.
Uw roepen laat mij niet los.
Toch aarzel ik om JA te zeggen.
Ik voel me nog verstrikt in zoveel netten.

Heer Jezus,
Gij die mij roept,
bevrijd mij uit mijn angst
en uit mijn onzekerheid.
Maak mij vrij voor de dienst van uw evangelie.
Leer mij geloven dat Gij de toekomst zijt
die mij wacht.

Leer mij JA zeggen
op het diepe verlangen in mijn hart.
Alleen wanneer ik inga op uw roepende stem,
zal ik vrede vinden en echt gelukkig zijn.
Alleen wanneer ik JA zeg aan uw liefde,
zal ik mij ontplooien als een vrije mens.

Gij voor wie alles leeft,
Gij weet hoezeer ons hart verdeeld is
en hoe bang wij zijn om onszelf te verliezen.

Zend over ons de Geest van Jezus, uw geliefde Zoon,
die niet was 'Ja en Neen',
maar in leven en sterven helemaal van U was.

Roep mensen, jong en oud, vrouw en man,
die durven ingaan op uw roep
en ja willen zeggen met een onverdeeld hart
om helemaal van U te zijn.
Maak ons hart volkomen vrij voor U en uw dienst.

Zend over ons de Geest van Jezus, uw geliefde Zoon,
Hij die helemaal van U is
en juist daardoor ons zo nabij.
Dat wij uit liefde voor Hem die ons heeft liefgehad
ons leven mogen geven in dienst van uw Rijk.

                                                     Amen.

                                     Mgr. Paul Van den Berghe

     Indien U onze bezorgheid, t. t. z. deze van de Kerk, verder wil delen en praktisch wil meewerken, kunt U buiten uw gebed, aansluiten bij onze vereniging "Maria Sacerdotum Regina", Maria Koningin des Priesters .

Camille Huysmanslaan, 45
B - 2020 Antwerpen België
Tel: 03.830.45.63.
Fax: 03.830.45.53
Belgisch Staatsblad: 22-11-2001/22679
Bankrekening: 678-7111974-52


RECOLLECTIE IN DE A BDIJ VAN WESTMA LLE
5 maart 2005

     Voortbouwend op onze goede ervaring van verleden jaar organiseren we ook dit jaar en wel op 5 maart 2005 een recollectiedag in de Trappistenabdij van westmalle. Ze wordt geanimeerd door E.H. Kan. F. Rijcken, Secretaris van het Bisdom Hasselt en lid van onze Orde.
      Het thema luidt : "Bidden: ademruimte voor de hedendaagse mens.".

     Deze dag biedt een uitgelezen gelegenheid om ons onder vrienden en in een sfeervolle omgeving te bezinnen over gebed en leven midden in de veertigdagentijd. Een goede voorbereiding op Pasen.

     Paul Leysen


HET TRADITIONELE VERLOOP VAN ONS GEESTELIJK LEVEN
29 december 2004

     In de kerk van het Heilig Sacrament, op de Waverse steenweg, 203, Brussel 1050, wordt gedurende de hele week het Heilig Sacrament uitgesteld van 11 tot 12 uur, alsdan gevolgd door een Heilige Mis, alsmede van 17 tot 18.30 uur.
     Een priester om biecht te horen is op alle weekdagen beschikbaar van 10.45 tot 11.45 uur en van 17 tot 18.30 uur.


SAMEN LEVEN MET VELEN:  VREUGDE OF PROBLEEM ?

Kardinaal G. Danneels: Te Deum - 15 november, 2004

     Ter gelegenheid van het feest van het Koningshuis

     Met velen samen leven: het is een vreugde. Of is het ook ergens een probleem? In elk geval, het is plicht. Want het is zo dat de mens de enige is die het samenleven met anderen moet realiseren door zijn vrije wil. In de wereld van de planten heersen de ecologische wetten van de natuur die alles zelf regelen. De dieren leven samen op hun instinct en zo nodig onder het regime van de wet van de sterkste. De mens niet: hij is daar zelf voor verantwoordelijk. Het ligt aan hem of hij van zijn 'buur' ook een 'naaste' maakt. Hij moet kiezen. En wie zegt kiezen, zegt ook: het risico lopen van de verkeerde keuze te doen.

     Samen-leven-met-velen lijkt van dag tot dag een dringender en een delicater probleem te gaan worden De gebeurtenissen van de laatste maanden en zelfs van de laatste dagen zijn daar om dat te staven. In de mate dat de mobiliteit toeneemt en de communicatiemogelijkheden bijna gigantische proporties hebben aangenomen en ons dichter bij elkaar kunnen brengen, lijkt het er op alsof mensen zich van elkaar gaan verwijderen. Mobiliteit en communicatie zijn twee prachtige vruchten aan de boom van onze beschaving : maar ze lijken vaak ook giftig te zijn. Ja, ze zijn inderdaad gekomen - de vele anderen - zoals de bijbel zegt: "van verre, van Saba en Sjeba; ze hebben het goud en de wierook' (cf. Jes 60,6) meegebracht van hun rijkdommen aan cultuur en beschaving, maar ook hun 'kinderen gedragen op de heup'; ze brachten ook, hun honger en dorst mee en hun economische armoede.

     De onschatbare vooruitgang in onze veelkleurige samenleving eist ook haar prijs. Er is inderdaad een prijs te betalen. En wel deze: een dringende oproep aan ons geweten die sterker klinkt dan ooit, opdat wij van elke buur een naaste zouden maken en van dag tot dag vaardiger worden om de moeilijke kunst van samen-te-leven-met- velen aan te leren.

     Dat stelt geduchte problemen aan de maatschappij: aan de politiek, de economie, de zin voor verdelende rechtvaardigheid en de sociale wetgeving. Het is hier de plaats noch het moment om het daarover te hebben. Daar zal veel deskundige psychologische en sociologische kennis bij te pas komen. En edelmoedigheid en grote verdraagzaamheid. Maar hier zijn we in een kerkgebouw en staan voor God. Onze vraag is er een andere: hoe kijkt God naar zijn kinderen sinds ze hun toren van Babel hebben gebouwd en sinds de broedermoord van Kaïn op Abel?

     Wat vraagt God van ons? Vooreerst dat we elkaar zouden aanvaarden zoals we zijn, in het bijzonder hen die arm zijn en marginaal, of vreemdelingen in alle betekenissen van dat woord. "Want ook gij zijt eens vreemdelingen geweest toen ge in Egypte waaart" (Cf. Lv 19,33) zei God ooit tegen zijn volk. En als het al waar is dat elke mens uit zichzelf wel enigszins weet dat zijn buur zijn eigen broer of zus is, toch is dit maar met zekerheid geweten sinds God het ons is komen zeggen dat Hij Vader is van alle mensen. Laat ons dus mekaar aanvaarden zoals we zijn. De kwetsuren van het samenleven met velen zijn maar te genezen als ze eerst erkend worden en aanvaard. Alleen wat aanvaard wordt zegt C.G. Jung kan geheeld worden. En bij Paulus lezen we: "Er is geen Jood of Griek meer, geen slaaf of vrije mens, geen man en vrouw. Gij zijt allen één in Christus' " (cf. Rm 10,12).

     God vraagt aan ons christenen ook dat we ons onze eigen geschiedenis voor ogen houden en onze fouten belijden. Dat we ons geheugen zouden zuiveren. In de vasten van het Heilig Jaar zei paus Johannes-Paulus II het al: er zijn kruistochten geweest, antisemitisme en soms ook de theologische legitimering van het racisme. Zonder deze oprechte bekentenis van wat we misdaan hebben, kan het samen leven met velen nooit een echte vreugde worden.

     Als het waar is dat apostel zijn van een religie en evangelist van de Blijde Boodschap van het christelijke geloof een onmisbare dienst is aan de waarheid, dan is het even waar dat we moeten beseffen dat de waarheid in zichzelf sterk genoeg is en de kracht bezit om zich te verspreiden. De waarheid behoeft geen veroveringsdrift, ze heeft genoeg aan de kracht van haar eigen uitstraling. Want ze bezit een onweerstaanbare innerlijke wervingskracht: die van de waarheid zelf. Ze heeft geen bedenkelijke marketing nodig, noch schreeuwerige publiciteit. Nog minder moet ze steunen op geweld, op legermacht en terroristische doodseskaders. Want wie haat in de naam van God, haat God en wie geweld pleegt in Gods naam, pleegt geweld tegen God zelf. Ook al moeten we nooit de zondaar vereenzelvigen met zijn zonde, we mogen nog minder de zonde pogen te rechtvaardigen door welke excuses dan ook of door te zeggen dat alles wel ergens gelegitimeerd kan worden en zijn redenen heeft; de oproep om alles maar te begrijpen. Kwaad is niet te rechtvaardigen.

     Want het kwaad bestaat in de wereld. Misschien moeten we wel ontwaken uit de illusoire droom van een universele onschuld - dit bastaardkind van de Verlichting - 'Tout le monde il est beau, tout le monde il est gentil'. Neen, we zijn ooit van onze troon gevallen - al lang - niet chronologisch gesproken, maar ontologisch gemerkt. Het kwaad is er: verborgen sluw en slim, gepersonifieerd zegt de Schrift. Het is er zoals de antimaterie te midden van de materie en een zwart gat tussen de sterren. Er is een onontkoombare nood aan verlossing voor deze wereld en dat gaat onze menselijke krachten te boven. Zelfs als alle mensen - overal en altijd - van goede wil zouden zijn, één uitzondering zou volstaan om het gebouw van onze goede wil te doen instorten en de verlossing en de verzoening te beletten. Is dan het aandeel van de religies en van het christendom in het bijzonder niet onmisbaar om de droom van samen leven met velen ooit tot een werkelijkheid te kunnen maken?

     Er rest trouwens de grootste verborgen vijand die het elan van de goede wil om samen te leven kan knakken en de veer kan breken: de bloedarmoede van de hoop. Welnu zijn de draagsters van de hoop in deze wereld - die 'theo-foren' of Godsdragers - precies ook niet de religies? En waar staat het te lezen: "Ik zag een een ontzaglijke menigte uit alle naties, rassen, volkeren en talen. Ze stond voor de troon van het Lam in witte gewaden en met palmtakken inde hand. En ze riepen uit met luide stem: het heil is gegeven door onze God, Hij die zit op de troon en door het Lam" (Apk 7,9 v.). Ja, hij draagt in zijn rechterhand een ster en de groene olijftak van de vrede. "Zonder visioen", zegt het boek der Spreuken nog "verwildert het volk" (Spr 9). Is het dan niet aan de religies en vooral aan ons christenen om dit visioen te blijven hoeden en de hoop uit te heffen ver boven het gewoel uit. We zijn immers de behoeders van de hoop.

+ Godfried Kard. Danneels
Aartsbisschop van Mechelen-Brussel